 |
Rechter oordeelt: zorgverzekeraar moet zijn zorgplicht nakomen
'Op 26 februari jl. heeft de rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een procedure die de Stichting EGV namens een patiënte had aangespannen tegen zorgverzekeraar VGZ over de vergoeding en verstrekking van het geneesmiddel infliximab. Dit geneesmiddel werd ingezet bij patiënte voor de behandeling van ernstige sarcoïdose. '
In deze zaak ging het om het volgende. Patiënte leed al enige tijd aan sarcoïdose en werd daarvoor behandeld in het Academisch Ziekenhuis te Maastricht. Hier werd patiënte voor de toediening van infliximab verwezen naar een kliniek buiten het ziekenhuis. Deze behandeling ging al een half jaar goed en patiënte voelde zich, sinds lange tijd, weer evident beter.
Begin dit jaar liet haar zorgverzekeraar, VGZ, echter plotseling aan de kliniek weten geen vergoeding meer te verlenen voor infliximab. De kliniek kon hierdoor de behandeling niet meer uitvoeren. Deze informatie werd niet door de verzekeraar aan patiënte medegedeeld, waardoor zij opeens werd geconfronteerd met het feit dat haar behandeling niet meer kon plaatsvinden. Waarom de behandeling in de kliniek niet meer werd vergoed en wat patiënte moest doen om de behandeling toch te ontvangen is nooit duidelijk gemaakt. Teruggaan naar het ziekenhuis was geen optie, want daar was zij juist naar de kliniek verwezen.
De Stichting EGV heeft namens patiënte VGZ gesommeerd om ervoor te zorgen dat zij alsnog een vergoeding zou krijgen voor infliximab. In de brief is duidelijk gemaakt dat patiënte geen enkele behandeling meer ontving en daardoor met haar rug tegen de muur stond. VGZ heeft afwijzend op de sommatie gereageerd waarin zij heeft gesteld dat patiënte infliximab alleen binnen het ziekenhuis kon krijgen en heeft daarop vervolgens geen enkele actie meer ondernomen.
Hierop volgde zeer snel de zitting bij de rechter. De rechter te Arnhem heeft vervolgens geoordeeld dat een zorgverzekeraar in een dergelijk situatie de plicht heeft om ervoor te zorgen dat de patiënt in ieder geval de behandeling ontvangt waar zij medisch noodzakelijk op is aangewezen. Dit betekent dat VGZ er, uit eigen initiatief, voor had moeten zorgen dat patiënte na de afwijzing van een vergoeding voor infliximab buiten het ziekenhuis desondanks, waar dan ook, wel haar behandeling kon voortzetten. De zorgverzekeraar dient de patiënt dan dus te ondersteunen in het zoeken van een zorginstelling waar de kosten wel zijn gedekt.
Deze patiënt wordt, evenals velen andere patiënten die tegen dit vergoedingsprobleem aanliepen, momenteel behandeld in het ziekenhuis.
Zie hier voor een geanonimiseerde kopie van het gewezen vonnis.
|
 |